Soms gebeuren er vreemde dingen in een mensenleven. Gisteren bijvoorbeeld.
Ik liep (samen met mijn lief) op de markt in Heerenveen, en plotseling hoorde ik een ijl, hoog stemmetje dat riep: “JeeBee, JeeBee, neem ons mee!” Ik keek om me heen, maar zag niets. Mijn lief had het ijle stemmetje niet gehoord. Niet zo verwonderlijk natuurlijk, want mijn lief is doof. Aan mijn gehoor mankeert echter niets, want even later hoorde ik het weer: “JeeBee, JeeBee, neem ons mee!”
En hoe, en waar ik ook keek, ik zag niet waar dat stemmetje vandaan kwam. Ik stond dus op de markt, met rechts van me een bloemenkraam. Achter de bloemenkraam was een terras en een daarbijbehorend café. Daar was het nogal rumoerig, en ik dacht dat daar het stemmetje misschien vandaan was gekomen.
Terwijl ik achter de bloemenkraam langs naar het terras liep, hoorde ik het voor de derde keer: “JeeBee. JeeBee, neem ons mee!” Het ijle geluid was nu erg duidelijk, en ook mijn lief hoorde het deze keer. Het kwam niet vanaf het terras, maar vanuit de bloemenkraam! Een kleine zoekactie deed ons uitkomen bij een doos die onder de tafels met bloembollen stond.
Wat schetste onze verbazing toen we in die doos keken… Vijftien kabouters, groot en klein, stonden daar opeengepakt in die doos. Een klein kaboutertje, Sake, was op de handen van een andere kabouter gaan staan en kon zo net over de rand kijken. Het bijdehante kaboutertje had ons zien lopen, en uit de verhalen van andere kabouters (ja, ja, de kabouter tam-tam werkt héél erg snel en nauwkeurig) wist hij meteen dat ik JeeBee, de directrice van het KOC was.
Alle vijftien kabouters wilden erg graag mee naar het KOC, en na wat onderhandelen met de eigenaresse van de bloemenkraam, heeft mijn lief de doos met kabouters in de auto gezet en zijn wij weer naar het land van hei en hunebedden gereden.
Onderweg werden de vijftien kleine mannekes steeds luidruchtiger. Ze praatten allemaal door elkaar heen, en dan ook nog in het Fries. Nou heb ik geen problemen met de Friese taal (‘k heb n.l. een Friese ‘schoonfamilie’), maar dat door elkaar praten vind ik niet zo prettig. Daarom hebben we gevraagd of Sake en Gurbe als woordvoerders wilden optreden.
Sake en Gurbe vertelden dat ze lange tijd heel prettig in Oudeschoot hadden gewoond, maar dat de tuin waarin ze woonden dienst ging doen als kwekerij voor de bloemenhandel, en dat er daardoor geen plaats meer was voor dit kaboutervolkje. De bloemenmevrouw heeft hun toen in een doos gedaan en meegenomen naar de markt.
Tja, en daar liep ik.
Toeval bestaat niet….
Mag ik u voorstellen:
Oebele, Doeke, Douwe, Gurbe, Tjipke, Sietse, Ynze, Tjitte, Sake, Piter, Jelle, Sipke Bouke, Hielke, en Dooitzen.
>